Woordenschat hoofdstuk 5, opdracht 3

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

aanbevelen - achterhalen - aldus - bestrijden - bezwaar - bijdrage - circa - functioneren - in principe - openbaar - overschot - uitwisselen

1. voor iedereen
2. dat zegt ...
3. ik geef iets aan jou, jij geeft ook iets aan mij
4. ongeveer
5. reden waarom je iets niet goed vindt
6. zeggen welke je de beste vindt
7. werken
8. mijn uitgangspunt is ...ik vind ...
9. het geld dat je geeft of het werk dat jij doet als je samenwerkt
10. iets of iemand zoeken en ook vinden
11. wat over is, wat je te veel hebt
12. tegen iets/iemand vechten