Woordenschat hoofdstuk 4, opdracht 6

Vul in elke zin het juiste woord in.

individueel - intensief - negeren - opheffen - opvallen - overzichtelijk - passief - permanent - respecteren - verantwoorden

1. Ze waren eerst verliefd op elkaar, maar nu hebben ze ruzie. Ze kijken niet eens meer naar elkaar, ze elkaar compleet.
2. Je hoeft het niet altijd met je klasgenoten eens te zijn, maar je moet wel elkaars mening .
3. De opdrachten in het boek mag je samen met een klasgenoot doen, maar de toets maak je natuurlijk .

gekko.jpg
4. Hij heeft zijn haar laten knippen en verven in de vorm van een gekko. Natuurlijk omdat hij het mooi vindt, maar ook omdat hij wil .
5. Ik dacht eerst dat die hond alleen een paar dagen bij de buren kwam logeren, maar nu zeggen ze dat hij blijft. De hond is er !
6. Morgen is de finale. Onze trainer heeft gezegd dat we daarom vanmiddag heel gaan trainen.

kledingkast.jpg
7. De kledingkast op deze foto is wel heel ingedeeld.
8. Naast ons zit een muziekwinkel. Maar omdat je tegenwoordig bijna alle muziek van internet kunt downloaden, is de winkel niet meer nodig. De eigenaar gaat hem .
9. Je leert niet voor je toetsen! Dan mag je dat zelf op de rapportavond aan je ouders gaan .

roken.jpg
10. Je rookt zelf niet, maar soms zit je bij mensen die dat wel doen. Je ademt de rook dan toch in. Dat noemen ze roken.