Woordenschat hoofdstuk 4, opdracht 4

Vul in elke zin het juiste woord in.

aangifte - beschadiging - inzien - onbespreekbaar - ondersteunen - onthutst - schenden - wapenen

1. Je bent 13 jaar oud, je moet nu toch wel dat je geen spullen van klasgenoten moet afpakken.
2. Na de aardbeving was het een grote ravage in Nepal. Andere landen gingen de Nepalezen door dokters en speurhonden te sturen.

inenting.gif
3. We gaan op vakantie naar de tropen. Om ons te tegen ziektes als malaria, hebben we inentingen gehaald bij de huisarts.
4. Toen ik met mijn fiets de auto van de buurman raakte, kwam er een grote kras op. Ik vrees dat mijn vader voor deze moet betalen.
5. Als je denkt dat je iPad is gestolen, moet je doen bij de politie.

ufo.gif
6. Toen er plotseling een UFO landde in onze straat, was iedereen zeer .
7. Mijn ouders vinden het goed dat ik tot 20:00 uur bij mijn neef blijf spelen. Maar tot 22:00 mag absoluut niet, dan wordt het veel te laat. Dat is .
8. We hebben afgesproken dat jullie elkaar een week met rust zouden laten. Maar nu zijn jullie al weer aan het vechten. Jullie de afspraak al na 1 dag!