Woordenschat hoofdstuk 4, opdracht 1

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

bevestigen - delict - extern - frequent - hacken - intern - misdaad - naïef - ontkennen - opbiechten - verzwijgen - zelden

1. vaak
2. bijna nooit
3. iets dat strafbaar is, bijv. moord of diefstal (1)
4. iets dat strafbaar is, bijv. moord of diefstal (2)
5. als je anderen te snel vertrouwt
6. inbreken in een computer
7. eerlijk vertellen wat je gedaan hebt
8. iets expres niet zeggen
9. zeggen dat het klopt
10. zeggen dat iets niet zo is
11. van buitenaf
12. binnen