Woordenschat hoofdstuk 3, opdracht 6

Vul in elke zin het juiste woord in.

accepteren - definitief - gebrek aan - gelijktijdig - inschatten - recent - remmend werken - suggereren - verwijderen - willekeurig


fotofinish.jpg
1. Als je naar de foto hierboven kijkt, lijkt het wel alsof deze hardloopsters over de finish komen.
2. Fietsen die niet netjes in het rek staan, maar die gewoon ergens zijn neergekwakt, zal de politie .
3. Er is een nieuw medicijn tegen kanker. Het kan de ziekte niet genezen, maar het werkt wel . Patiënten kunnen daardoor 5 á 10 jaar langer leven.
4. Je wilt al op 1 juni met zomervakantie? Je wilt de laatste 5 weken van het schooljaar vrij? Nou, dat zal de directeur nooit .
5. Je kunt tot en met aanstaande dinsdag je keuze voor het schoolreisje nog veranderen. Daarna is je keuze .

goochelaar.jpg
6. De goochelaar vroeg mij om een kaart te trekken.
7. Ik weet dat je het heel druk hebt met je examens, maar af en toe moet je ook een avondje ontspannen. Mag ik dat we vanavond naar de film gaan?
8. Aan het begin van het schooljaar ben ik een paar keer te laat gekomen, maar is dat niet meer gebeurd.
9. Door de enorme hitte is er een drinkwater ontstaan in grote delen van Brazilië.
10. Mijn zus neemt mensen aan voor een groot bedrijf. Ze kent de sollicitanten niet, dus ze zal moeten of iemand hard wil werken en een beetje aardig is.