Woordenschat hoofdstuk 3, opdracht 3

Vul in elke zin het juiste woord in.

constant - constateren - gadgets - gericht op - inspelen op - praktisch - reageren - talloos - verwerken - verleiden

1. De dokter heeft een foto gemaakt van de longen van mijn opa. Gelukkig kon de arts dat hij geen longkanker heeft.
2. Je hebt je huiswerk niet gedaan en je hebt vuurwerk afgestoken op het schoolplein. Hoe zal je moeder , denk je, als ik haar bel?

rugkrabber.jpgkoffiemok.jpg
3. Dit zijn onze nieuwste : een stok om je rug mee te krabben en een mok die automatisch de melk door de koffie roert.
4. Tegenwoordig wil niemand meer lang in de rij staan bij de kassa. Supermarkten kunnen deze wens door kassa's te maken waar klanten helemaal zelf hun boodschappen kunnen scannen en afrekenen.
5. Je zit te kletsen! Als je nu niet aan het werk gaat, dan ga je maar naar de gang.

folder.png
6. Deze reclamefolder wil mensen om bijvoorbeeld koekjes en limonade te kopen.
7. Mijn buurman heeft vorig jaar veel meegemaakt. Hij kreeg eerst een auto-ongeluk en daarna werd zijn vrouw ziek. Ik hoop dat hij het allemaal goed kan .

poepalarm.jpg
8. Je hoeft niet meer de hele dag te ruiken aan de billen van je baby, dit apparaatje maakt muziek zodra de kleine gepoept heeft. Dat is nog eens !
9. De reclame voor dit zogenaamde poepalarm is natuurlijk jonge ouders.
10. Niemand weet hoeveel bomen er op de aarde zijn, het zijn er veel.