Woordenschat hoofdstuk 3, opdracht 1

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

constant - constateren - gadget - gericht op - inspelen op - praktisch - reageren - talloos - te verwerken krijgen - verleiden

1. bedoeld voor
2. iemand wil iets niet, maar je probeert hem/haar dat toch te laten doen
3. bepalen hoe het met iets/iemand gaat
4. heel veel
5. antwoorden, een reactie geven
6. te zien en te horen krijgente krijgen
7. een leuk apparaatje, een hebbedingetje
8. snel reageren op
9. de hele tijd
10. handig, makkelijk in het gebruik