Woordenschat hoofdstuk 2, opdracht 6

Vul in iedere zin het juiste woord in.

aanduiden - algemeen - baseren ... op - beseffen - citeren - effectief - gevorderd - merendeel - noodzakelijk - toevoegen

1. Je moet goed dat dit je laatste kans is. Nog één zo'n geintje en ik ga je hoeken, vriend!

batman.jpg
2. Een paar mensen waren teleurgesteld, maar het van de bezoekers vond de nieuwe Batman-film erg goed.
3. Die iPad is van jou persoonlijk, maar de laptops zijn voor gebruik. Iedereen mag ze pakken.

kiespijn.png
4. De tandarts kan niets meer doen tegen mijn kiespijn, een operatie in het ziekenhuis is .
5. Wanneer kan ik peper en zout aan de soep ?
6. Het nieuwe medicijn tegen griep is zeer . 90% van de patiënten geneest binnen 2 dagen!
7. De politie denkt dat Joost mijn portemonnee gepikt heeft. De agenten dat een paar vingerafdrukken.

masker.jpg
8. Wat? Zei zelfs Karina dat ze geschrokken was? Dat kan alleen maar dat jouw Halloweenmasker heel erg eng was.
9. Je hoeft het antwoord niet zelf te bedenken, je moet een zin uit de tekst .
10. We geven bokslessen op 3 niveaus: beginner - - expert.