Woordenschat hoofdstuk 2, opdracht 5

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

aanduiden - algemeen - baseren op - beseffen - citeren - effectief - gevorderd - merendeel - noodzakelijk - toevoegen

1. het is nodig, het moet gebeurenhet is
2. inzien, je bewust zijn van
3. iets letterlijk overschrijven of nazeggen
4. laten zien hoe het zit
5. het grootste deelhet
6. erbij doen
7. ergens behoorlijk goed in zijn zijn
8. wat voor (bijna) iedereen geldtin het
9. uitgaan vanzich
10. met succes