Woordenschat hoofdstuk 2, opdracht 3

Vul in iedere zin het juiste woord in.

actualiteit - artikel - beschikken over - conservator - journalist - manipuleren - objectief - reflex - restaureren - uitleggen

1. Iemand heeft met een mes een grote scheur in het schilderij gemaakt. Het museum moet het kunstwerk daarom laten .
2. Er is een groot ongeluk gebeurd op de A12. 's Middags staat er een lang over in de krant.

baby.png
3. Als je je vinger uitsteekt naar een baby, dan zal die je vinger automatisch vastpakken. Dat doet een baby dus niet expres, dat is een .
4. Als je dat grote huis met die 3 zwembaden wilt kopen, dan moet je ruim 2 miljoen euro.
5. Stefan begrijpt niets van biologie, maar gelukkig kan zijn zus in 3 havo hem af en toe iets .

verslaggever.jpg
6. Er is een grote aardbeving geweest in Japan. Een Nederlandse was als eerste ter plaatse om verslag te doen.
7. Een controleert bijvoorbeeld welke schilderijen in het museum hun kleuren beginnen te verliezen.

balletje.jpg
8. Trap niet in dat spel met die 3 bekertjes! De man die dat doet, is een soort goochelaar, hij kan het balletje .
9. Op websites van kranten gaat het niet over wat er vorig jaar gebeurd is, maar het gaat altijd over de .
10. Als je bent, dan praat je alleen over de feiten. Als je subjectief bent, geef je ook je mening.