Woordenschat hoofdstuk 2, opdracht 2

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

aap uit de mouw - dictator - instructies - kritisch - met name - misleiden - situatie - speelt - talloos

1. niet eerlijk zijn, de boel bedriegen
2. heel erg veel
3. iemand die in zijn eentje de baas wil zijn
4. nu blijkt wat er echt gebeurd isdaar komt de
5. dit ben je als je ergens je mening over geeft
6. toestand, wat er nu om je heen is
7. wat er aan de hand iswat er
8. uitleg hoe je iets moet doen
9. vooral