Woordenschat hoofdstuk 2, opdracht 1

Zet achter elke betekenis het juiste woord.

actualiteit - artikel - beschikken over - conservator - journalist - manipuleren - objectief - reflex - restaureren - uitleggen

1. iets duidelijk maken, bijv. de betekenis van een moeilijk woord
2. iemand die over het nieuws schrijft/vertelt
3. hebben, bezitten
4. wat nu in het nieuws is
5. iets stiekem veranderen
6. het repareren van een kapot kunstwerk
7. iets wat je lichaam onbewust doet, bijv. hoesten
8. het gaat om de feiten (en dus niet om je mening)
9. iemand die in een museum werkt
10. een verhaal in de krant