Opdracht 3: stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Noteer de juiste vorm van het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.
1. een huis van glas is een huis
2. een hoedje van papier is een hoedje
3. een kast van metaal is een kast
4. een voetbal van leer is een voetbal
5. een deur van hout is een deur

medaille.jpg
6. een medaille van zilver is een medaille
7. een ring met een diamant is een ring
8. een beeld uit steen is een beeld
9. een T-shirt van katoen is een T-shirt
10. een hek van ijzer is een hek
11. een vloer van beton is een vloer
12. een doos van karton is een doos

stuiterbal.gif
13. een stuiterbal van rubber is een stuiterbal
14. een oorbel van goud is een oorbel
15. een trui van wol is een trui

Maar let op:
16. een vliegtuig van aluminium is een vliegtuig
17. een tas van plastic is een tas