Opdracht 8: meervoud (alles door elkaar)

Noteer het meervoud van de volgende woorden.
1. Fatiha maakte een lijst met de (hobby) van haar (klasgenoot) .
2. Onze school heeft 80 (leraar) en (lerares) en drie (conciërge) .

heckrund.pngree.jpgwildzwijn.jpg
3. In het natuurpark leven (heckrund) , (ree) en wilde (zwijn) .
4. De (leerling) haalden snel hun (agenda) en (etui) tevoorschijn.

forel.jpg
5. De viswinkel verkoopt (forel) in hun geheel, maar ook in (moot) .
6. Volgens de (trainer) zijn de (risico) voor de (speler) te groot.
7. Voor de beide (uitgang) van het vliegveld stond een hele rij (taxi) te wachten.

tornado2.jpg
8. De (slachtoffer) van de (tornado) worden opgevangen in diverse (ziekenhuis) .
9. De meeste (horloge) en (rekenmachine) werken op (batterij) .
10. Je kunt kiezen uit allerlei (shampoo) , (gel) en (haarspray) .