Opdracht 4: voltooid deelwoord op -t of -d

Vul steeds een -t of een -d in.
vrachtwagen.jpg
1. Op de A4 is vanochtend een vrachtwagen geschaar.
2. Onze hond heeft per ongeluk een dobbelsteen ingeslik.
3. Inez heeft gisteren meer dan 80 kilometer gefiets.
4. De trainer heeft de opstelling verander, ik ben nu spits in plaats van middenvelder.

vollebus.png
5. Het was druk, we zaten met wel 80 mensen opgeprop in de bus.
6. Jan-Peter wordt verdach van het gooien met vuurwerk.
7. De schaatser heeft keihard getrain voor de Olympische Spelen.
8. Je moet niet gaan sporten voordat de blessure aan je knie helemaal herstel is!