Opdracht 2: woorden die eindigen op -t of -d

Vul steeds een -t of een -d in.

1. Wat hoor ik daar voor gelui? Is dat een telefoon?
2. Hij is van Aziatische afkoms, hij is geboren in Japan.

ruimtevaart.gif
3. De astronau vliegt morgen met een raket naar het ruimtestation.
4. Het is 18:00, de avon valt.
5. Wil jij later net zo beroem worden als zangeres Adele of rapper Ali B?
6. In Australië is door het droge weer een grote bosbran ontstaan.
7. Die USB-stick heeft een capacitei van 64 GB.

muziek.jpg
8. Die jongen kan prachtig dwarsflui spelen.
9. Tijdens de winter kan het spekgla op de wegen zijn.
10. Die lijn is exac 15 centimeter lang.
11. Voor de kerst haal ik bij de bakker een heerlijk rozijnenbroo.
12. Die pijlpunt komt uit de steentijd en is dus oerou.

Kinderdijk.jpg
13. De beroemde molens van Kinderdijk moeten voor altijd blijven staan, ze zijn nationaal erfgoe.
14. Het antwoord op vraag 14 heb je fout, het is onjuis.

auto.png
15. Mijn moeder brengt de auto naar de garage voor een opknapbeur.
16. Het hout voor deze kozijnen komt uit het tropisch regenwou.
17. Je hebt aardig wat spierkrach nodig om die doos op te tillen.
18. Het dictee was makkelijk, ik heb maar één spelfou gemaakt.
19. Mag ik een nieuw blaadje? Dit papier is gescheur.
20. Zet je naam op de voorkan van je werkboek.