Opdracht 14: stam en ik-vorm (splitsbare werkwoorden)

Noteer de stam en de ik-vorm van de werkwoorden.
stam stam.pngik-vorm ik-vorm.jpg
1. meedoenmeedoeik doe mee
2. vastbindenvastbindik vast
3. goedmaken handen.gifgoedmakik goed
4. aangevenaangevik
5. terugspelenterugspelik
6. opblazen clown.gifopblazik
7. aanstekenik
8. binnenlatenik
9. vasthoudenik
10. opknappenik
11. paardrijden paardrijden.gifik
12. binnenkoppenik