Opdracht 1: woorden die eindigen op -t of -d

Vul steeds een -t of een -d in.
klimaat.jpg

1. Gisteren hebben ministers uit verschillende landen lang over het klimaat gepraa.
2. Ze hebben wel 5 uur vergader over de opwarming van onze planee.
2. Ze vinden dat er meer aandach moet zijn voor de stijging van de zeespiegel.

malediven.jpg
3. De Malediven, een groep eilanden ten zuiden van India, vormen het laags gelegen lan ter wereld.
4. Als het klimaat verander, kan dat voor de bewoners van die eilanden funes zijn.
5. De president van de Malediven heeft daarom een half uur lang overleg met zijn ministers.

co2uitstoot.jpg
6. Na afloop riepen ze de werel op om de uitstoo van CO2 te verminderen.