Opdracht 6: Vul steeds het juiste woord in.


1. Het journaal gaat altijd over (de/het) actualiteit.
2. Over een week doen we (deze/dit) quiz nog een keer.
3. Ik hoorde dat (de/het) warenhuis V&D bijna failliet is.

circuit.jpg
4. Dit weekend is er een grote motorrace op (de/het) circuit bij Assen.
5. Zou (de/het) nieuwe partner van jouw broer ook naar de bruiloft komen?
6. Wie zou (dat/die) onzinverhaal aan iedereen verteld hebben?

seismograaf.jpg
7. Volgens de aardbevingsdeskundige is (dat/die) seismograaf onbetrouwbaar.
8. (De/Het) jury moet de kandidaten zo eerlijk mogelijk beoordelen.
9. Over (de/het) ware toedracht van het ongeluk kan de politie nog niets zeggen.
10. Hoe (dat/die) oude horloge gerepareerd moet worden, weet niemand.