Opdracht 5: woordenboek gebruiken

Soms staat in een woordenboek niet 'de' of 'het', maar mannelijk (m), vrouwelijk (v) of onzijdig (o).

Ook dan kun je opzoeken of je de of het moet gebruiken:
* als een woord m(annelijk) of v(rouwelijk) is, gebruik je 'de'
* als een woord o(nzijdig) is, gebruik je 'het'


Voorbeeld:
adel.JPG
Achter adel staat 'm', dus het is de adel

feit.JPG
Achter feit staat 'o', dus het is het feit


aanval.JPG
fabricage.JPG
formulier.JPG
gedrag.JPG
incident.JPG
klasgenoot.JPG
thee.JPG
vergadering.JPG

mannelijk (m)
vrouwelijk (v)
onzijdig (o)
de of het?
vb. theemde thee
1. gedrag gedrag
2. incident incident
3. vergadering vergadering
4. klasgenoot klasgenoot
5. aanval aanval
6. fabricage fabricage
7. bestelformulier bestelformulier